Van hot naar her bij de Popronde

Onbekend bandtalent belicht

Voor 3VOOR12 Noord-Holland, door Jochem Boom, Maikel, Ineke en Ilse Haker, woe 8 november 2006

Alle foto's door Bart Gremmen

De band die mocht aftrappen was The New in café De Pilaren. Al om 20.00 uur werd afgetikt, dus de publieke belangstelling was nog niet al te groot. The New is een duo met enkel drums en gitaar en maakt muziek die alle kanten op gaat: van rustige popliedjes tot wat harder gitaarwerk, en stijlen ertussenin. Naast de eigen liedjes hoorden we ook een aantal leuke covers, waaronder Plug in Baby van Muse. Dit nummer was in een sfeervol rustig jazzy jasje gestoken. Een erg leuk bandje dat door een dergelijke afwisseling van stijlen bleef boeien.

De sound van Mark & the Spies sound was minder gevarieerd, maar minstens zo aanstekelijk. Dit kwartet maakt beatmuziek zoals het bedoeld is: melodieus en uptempo. The Beatles, The Kinks (u kent het jaren'60-rijtje wel) zijn nooit ver weg. Sterker, ze worden schaamteloos gekopieerd. Niet voor niets hoorden we al snel It's Gone van The Motions langskomen. Door de energieke instelling van de bandleden irriteerde de herhalingsoefening geen moment. In café 't Bruintje, waar qua interieur ook de tijd heeft stil gestaan, wisten zij zelfs de lokale barhangers van hun kruk te krijgen (zonder dat zij de uitgang of het toilet opzochten). Dat zegt wel wat.

Rust werd gevonden in het complex van Kunsteyssen aan de Kanaalkade. Daar kon het publiek zich laten meeslepen door de bijzondere, dromerige tonen van Flugroove. De combinatie van bas, gitaar, drums en viool, vermengd met elektronica maakte dit iets heel bijzonders. Iets om je ogen bij te sluiten en je in een totaal nieuwe wereld te verplaatsen. Degenen die hun ogen open hielden, misten eigenlijk alleen een scherm met visuals. Die ondersteuning zou het plaatje helemáál af kunnen maken.

Op hetzelfde moment speelde de 100% meidenband pEp in Odoen. De beschrijving oppeppop maakte de verwachtingen al niet zo hooggespannen en dat werd er naar een paar nummers ook niet veel beter op. Poppunk ligt vaak makkelijk in het gehoor maar dit was ronduit saai. Met name de riffs waren erg simpel, waardoor het publiek weinig vermaak kreeg geboden.

Meer spektakel vond men bij AMeHOELA. Deze skaband speelde in een formatie van 6 en soms zelfs 9 muzikanten, een volle bezetting dus. De aanstekelijkheid deed denken aan Doe Maar: opgewekte skadeuntjes met Nederlandse teksten. De muziek nodigde uit tot dansen, terwijl de aandachtige luisteraar ook aan de grappige teksten genoeg plezier beleefde. De muzikanten straalden zelf ook plezier uit, met name de bassist en zanger leefden zich helemaal uit.

Hoewel de gevatte bandnaam anders doet vermoeden, ging het er bij The Kevin Costners serieuzer aan toe. Het daar op ingestelde publiek kon aan hen echter ook genoeg plezier beleven. De sfeervolle popliedjes van The Kevin Costners streelden het oor en bleven dat doen. Geen moment werd uit de bocht gevlogen of - het andere uiterste - lag de verveling op de loer. Dat laatste dankzij enkele eigenaardige doch aanstekelijke gitaarloopjes en de toevoeging van de synthesizer aan het gebruikelijke gitaargeluid. Deze band had in het - ietwat buiten het uitgaansgebied gelegen - café Te Laat een groter publiek verdiend.

Om de jonge kids in Parkhof te vermaken speelden de jonge kids van Pun!ca punkrock optima forma. Denk aan: Blink 182, NOFX en Rancid. De leden spelen al een aantal jaar samen en dat was goed te merken. Het instrumentgeluid klonk strak en de muzikanten waren goed op elkaar ingespeeld. Tussen de goede recht-door-zee punknummers viel er veel te lachen. Pun!ca betrok het publiek bij de show en maakte de nodige grappen tussendoor. Op het eind mocht zelfs iemand uit het publiek een nummertje meedoen op het podium.

Ook de laatste muzikanten van de avond kunnen als jonge honden betiteld worden. The Pax uit Nijmegen straalde in Provadja één en al rock 'n roll uit. Zoals het tegenwoordig hoort: beetje Strokes, beetje Gem, beetje Wolfmother. Nu benadert The Pax niet direct het niveau van dergelijke acts. Daarvoor was de zang te onverstaanbaar en de aanstekelijkheid van de verschillende nummers te wisselvallig. De liedjes die echter wél direct goed in het gehoor lagen, brachten gelijk publieksparticipatie met zich mee. Pluspunt was ook dat de zanger van het podium flikkerde en een monitor in zijn val meenam. Dat is rock 'n roll, toch niet onbelangrijk op een popfestival.

Link--> 3VOOR12 Noord-Holland

Dennis Kolen, De Boom

 

pEp, Odeon

Rock around the Kaasmarkt: de Popronde in Alkmaar

Voor De Subjectivisten, door Vido Liber, maandag 6 november 2006

Alle foto's door Bart Gremmen

Pourquoi Me Reveiller, 't Kooltuintje

The Pax, Het Theatercafé

Geigercounting, Unie XS

pEp, Odeon

Zelfs beschenen door het volle maanlicht waren de modderige fietspaden over de dijk in het windstille Westfriese polderlandschap nauwelijks te ontwaren. Op goed geluk maakten we vaart om het Noordhollands Kanaal via de kippenbrug van Oudorp in een ononderbroken spurt over te steken, hopend dat deze versnelling ons niet rechtstreeks het riet en het koude water in zou voeren. In het oude centrum van Alkmaar maakte maneschijn plaats voor de rode gloed uit de hoerenbuurt. Weggedoken tussen hun kragen schuifelden jonge mannen in kleine groepjes door de kou langs de ramen. Parallel aan de smalle, roodverlichte straat liep de Kooltuin, een straatje waar je makkelijk met een dronken kop de gracht in kunt wandelen. De beschonken fietser die ons tegemoet kwam rijden zag een boom over het hoofd en viel voorover tegen de stoeptegels. De bouncer van een nabijgelegen café probeerde de dronkaard overeind te krijgen, maar die leek zich, al kreunend, in horizontale positie meer comfortabel te voelen. Achterin café 't Kooltuintje doodden de muzikanten van Pourqoi Me Reveiller de tijd met een potje biljart.

't Kooltuintje was onze eerste, verlate stop tijdens de Popronde in Alkmaar. Het was de eerste keer dat dit rondreizende popfestival de cafés en poppodia van de kaasstad aandeed. Het cafeetje aan de gracht was een geschikte, zij het krappe locatie. Tussen biljart en tap was nauwelijks plaats voor het instrumentarium. De plek was zo nauw dat de vocalisten de wand tegenover hen met de hand konden aanraken als ze tijdens het spelen hun armen recht voor zich uit strekten. De bandleden en het meest nabij staande publiek stonden op conversatieafstand tegenover elkaar. Ik weet niet voor wie die positie het meest intimiderend was: voor de muzikanten of voor de toehoorders. Als je naar het toilet wilde moest je oppassen niet geprikt te worden door de strijkstok van de violist. Het instrument zag er vrij Middeleeuws uit en rustte tussen knieën alsof het een cello was. Samen met de akoestisch spelende gitarist gaf de violist het geluid van de band de nodige folk mee terwijl de overige muzikanten meer richting postrock trokken. Beide genres voegden zich gemakkelijk in het openingsnummer dat tevens het eerste nummer is op de debuutplaat. Het droefgeestige, herhalende getokkel op de akoestische snaren werkte toe naar een vol versterkt crescendo van de volledig band, opgejut door de droge klappen op de floor tom van de achter in een schaduwrijk hoekje verborgen drummer. In de daaropvolgende nummers probeerden de gitarist/zanger en een zangeres boven het bandgedruis uit te komen, wat beter lukte nadat ze van microfoon hadden gewisseld. De indiefolk werd gevarieerd met een stevig, voor theater gecomponeerd piano-intermezzo en een relatief vrolijk liedje waarbij ritmisch meegeklapt mocht worden. Die afwisseling schiep lucht en maakte het optreden minder ernstig dan het had kunnen zijn. Drie armetierige kleurenlampjes knipperden met de muziek mee, al was het niet helemaal duidelijk of het geknipper een reactie was op de ritmes of dat er ergens een draadje los zat.

Een band als Pourqoi Me Reveiller zie je niet zo snel in een café en dat is juist het leuke van de Popronde: betrekkelijk nieuwe bands bekijken in een omgeving die minder formeel is dan het verhoogde podium van een steriele, vers gebouwde popzaal. De locaties tijdens De Popronde zijn ook nog eens gratis toegankelijk zodat de muziekminnende nieuwsgierigen laagdrempelig nieuwe namen kunnen checken van bands die ver buiten hun eigen vertrouwde omgeving spelen. Zo goed als Pourqoi Me Reveiller werd het verder niet meer afgelopen vrijdag, maar dat maakte de fiets- en looptocht niet minder aangenaam. Toen bleek dat meidenband pEp niet op de afgesproken tijd van start ging in de drukbezochte Odeon, omdat ze hadden geruild een skaband, liepen we zonder te klagen meteen van de Hekelstraat via de Platte Stenenbrug naar winkelstraat de Laat. In Te Laat, een voetbalcafé waar de muren zijn behangen met diverse elftallen van locale voetbalploeg AZ, wisselde The Kevin Costners kundig opgebouwde popliedjes af met iets teveel niemendalletjes. Door het veel te hoge podium leek het alsof de langste onder de bandleden elk moment hun hoofd konden stoten tegen het plafond. Meehuppelen op hun eigen muziek zat er vanavond niet in, maar er was sowieso geen reden om enthousiast te springen. Na een paar aardige liedjes probeerde de ritmesectie het volgende nummer op te leuken door te opgewekt danspasjes in het arrangement te verwerken. Een reden voor ons om de jas weer aan te trekken.

In het café van Provadja , aan het begin van de Verdronkenoord, moest de barman meerdere malen smeken of het niet wat zachter kon. Alle leden van The Pax draaiden gedwee aan de volumeknoppen, behalve de harige drummer die geen volumeknoppen onder zijn drumstokken had zitten en keihard op zijn minimale drumkit bleef rammen. Hij had zelfs het lef om ongegeneerd, als de eerste de beste stadionrocker uit een of ander fout bandje uit de jaren zeventig, druk roffelend een solo ten beste te geven. In de lompe retrorock was geen verfrissend idee te bespeuren en ook voor gedenkwaardige melodieën waren we bij The Pax aan het verkeerde adres. En als in de verte al een zinnig liedje was waar te nemen, moesten we nog rekening houden met een zanger zonder karakteristieke stem en zonder charisma om dat gebrek aan karakter te verdoezelen. The Pax was niet op eigenheid te betrappen. Rondom de drumsolo probeerde de band The Doors te zijn, of iets van dien aard. Het gitaarloopje uit hun ‘hit' Five Seconds Late was geleend uit de reclametune van Gem.

De after party in Atlantis was al bezig toen we onze fietssloten vast maakten. De hele Breedstraat dreunde op de conservatoriumfunk van Grote Prijs-finalist Grootmeester Jan . De Nederhopper had een doortimmerde begeleidingsband om zich heen verzameld, eentje die zonder poespas, maar met zangeres en voldoende drive en kracht, de feestelijke raps ondersteunde. De getalenteerde muzikanten waren zeer dienstbaar. Ze lieten zich niet verleiden om buiten de grenzen van hun ondersteunde taak hun vakmanschap te etaleren. Rapper en band waren prima op elkaar ingespeeld. Voor onaangename verrassingen was geen ruimte. Tussen de nummers door jutte de Grootmeester het publiek plagerig op. Slechts een handjevol Alkmaarders vooraan voelde geen gêne voor een paar maatjes met de voeten van de vloer. Een verdieping hoger, in het bandloze voorcafé, was het aan de bar en aan de tafeltjes veel drukker dan beneden. Alle overlevende Poprondegangers hadden zich verzameld om bij de komen van de decibellen en de gelopen kilometers. Voordat ze hun lange reis terug in de nacht inzetten dronken de organisatoren van de Popronde in een hoekje op een geslaagde editie. Volgend jaar weer.

Link--> De Subjectivisten, Republiek Der Verbeelding